toezichtfestival

Een filmpje voor het online Toezichtfestival

Het toezichtfestival is een jaarlijks terugkerende conferentie voor rijksinspecties en anderen die zich bezig houden met toezicht. Omdat het festival dit jaar niet fysiek gehouden kon worden is er een online variant georganiseerd op www.toezichtfestival.nl .

Wij zouden een sessie houden over het project dat we samen met inspecteurs bij verschillende inspecties uitvoeren en hebben dat dus gegoten in een korte video: “Onderzoek het zelf: Professionaliseren door analytische aandacht.”

Omschrijving

“Hoe heeft die boete uitgepakt; is dat bedrijf er nou echt veiliger op geworden?”
“Welke vragen zetten zo’n bestuurder nou verder aan het denken, en hoe sluiten we aan bij de interne motivatie?”
“Hoe beïnvloeden mijn overtuigingen mijn inspectiewerk, en hoe zou dat bij mijn collega’s zijn?”
Inspecteurs stellen regelmatig dit soort vragen. Maar gebeurt er vervolgens ook iets mee?

Waarom zou je alleen buitenstaanders onderzoek laten doen naar de effecten van het inspectiewerk? Het thema van het toezichtfestival van 20202 is ‘Next level toezicht’. Daarbij gaat het inspectiewerk in onze visie hand in hand met reflectie en analytische aandacht. Daarbij horen natuurlijk dit soort vragen uit de praktijk. Juist inspecteurs (en inspecties) zijn zelf gebaat bij het stellen van vragen en het in kaart brengen van effecten en impact. Zij zijn immers degenen die het werk zo goed mogelijk willen doen en het meeste willen bereiken.

Deze korte video hoort bij het ‘Aandacht voor wat werkt
; Inspecteurs over hun vak’-project van Het Inzichtenlab (www.hetinzichtenlab.nl). Het project wordt in opdracht van bureau Inspectieraad uitgevoerd in samenwerking met verschillende inspecteurs van verschillende inspecties.

‘Aandacht voor wat werkt’: de tussenstand in de vorm van een krant

Een actieonderzoek met en over inspecteurs, dat is het lopende project ‘Aandacht voor wat werkt’ dat onderzoeksbureau het Inzichtenlab uitvoert in opdracht van Bureau Inspectieraad. De eerste tussenresultaten staan beschreven in een krantje. Dit zou oorspronkelijk op het Toezichtfestival worden uitgedeeld, maar daar stak de coronacrisis een stokje voor. Wel is de krant digitaal beschikbaar.

Onderzoek het zelf

In ‘Aandacht voor wat werkt’ gaan inspecteurs bovenal zélf als onderzoekers aan de slag. Dat doen ze aan de hand van vragen die bij henzelf leven over hun werk en de effecten van toezicht. Zoals de vraag: hoe kunnen we goede voorbeelden van impact beter verzilveren? Maar het onderzoeksproject beschouwt reflectie niet alleen als vórm van onderzoek maar ook als ónderwerp van onderzoek. Wat gebeurt er als je professionals op deze manier laat reflecteren op hun vak? Komen er dingen naar boven die anders onzichtbaar waren gebleven? Komt er verdieping in begrippen als uniformiteit, kwaliteit, risico’s en impact en zo ja: welke? En nog een niveau abstracter: wat zeggen zulke inzichten over de huidige en/of gewenste manieren van aansturing en verantwoording en hoe kunnen we daarin nieuwe wegen verkennen?

Perspectief van inspecteurs

Dr. Manja Bomhoff van Het Inzichtenlab: “Wanneer je begint vanuit het perspectief van inspecteurs, zie je andere dingen dan wanneer een onderzoeks- of verantwoordingsvraag het startpunt van onderzoek bepaalt. Het meetbare en het grootschalige krijgt vaak meer aandacht dan het merkbare of het alledaagse. In dit project gaan we op zoek naar de balans. We kijken naar wat er zit tussen evidence enerzijds en ervaring en intuïtie anderzijds.”

Het digitale krantje is via deze link te lezen.

Het actieonderzoek is een vervolg op het eerdere onderzoekproject ‘Inspecteurs over hun vak’, dat in 2017 al resulteerde in een boekje met de gelijknamige titel en maakt onderdeel uit van de professionaliseringsagenda van Bureau Inspectieraad

Inspecteur Karin
Met ondertoezichtstaanden in gesprek over het inspectiewerk: waarom zou je dat doen?

Voor het Toezichtsfestival maakten we een krantje met verschillende verhalen van onderzoekende inspecteurs. Hier het eerste artikel, met een preview van het onderzoek van Karin Baselmans.

Het voeren van gesprekken is een belangrijk instrument voor inspecteurs, zo horen we van inspecteurs van verschillende inspecties. In een gesprek met ondertoezichtstaanden kun je ‘informeren naar hoe het gaat’. Je kunt achterhalen ‘waarom wetgeving niet wordt gevolgd’. Of ‘draagvlak creëren voor een interventie’ en zo ‘een organisatie in de juiste richting krijgen’. Maar is het gesprek alleen een bruikbaar toezichtinstrument, of kun je ook los van het directe inspectiewerk met ondertoezichtstaanden spreken over het toezicht, kwaliteit of risico’s?

Verschillende soorten gesprekken

Een verdiepend, reflecterend gesprek met ondertoezichtstaanden kan op verschillende manieren worden ingevuld. Bijvoorbeeld ter evaluatie van bestaand toezicht. Of om meer inzicht te krijgen in elkaars perspectief. Iedere gesprekvorm heeft andere voorwaarden, voordelen en nadelen. Inspecteurs en ondertoezichtstaanden kijken anders, zien andere risico’s, hebben (soms) andere belangen en waarden. Interessant wordt het wanneer het lukt om van ondertoezichtstaanden te horen wat zij zelf waardevol toezicht vinden en er samen vooruit gekeken kan worden. Door aan te sluiten bij wat mensen zelf belangrijk vinden (wat voor hen van waarde is) ontstaat grotere betrokkenheid. Voor de relatie en de machtsverhouding tussen inspecteur en ondertoezichtstaande biedt het bovendien ruimte wanneer er vooruit gekeken kan worden. Juist gesprekken op wat meer afstand van de dagelijkse hectiek, die breder zijn en uitnodigen tot reflectie kunnen ook makkelijker binnen de toezichtsrelatie plaatsvinden.

Angst voor valse verwachtingen

Een angst bij dit soort gesprekken is vaak dat het tot valse verwachtingen bij ondertoezichtstaanden zou kunnen leiden. Onze ervaring is dat wanneer duidelijk is dat het gesprek gevoerd wordt om te leren, ondertoezichtstaanden dit meestal heel goed begrijpen. Zeker wanneer er openlijk gesproken kan worden over dilemma’s of tegenstrijdige belangen. Het doel helder stellen helpt bijvoorbeeld ook bij het nadenken over de vraag hoe het aantal gesprekken zich moet verhouden tot het aantal ondertoezichtstaanden.

“Wat gebeurt er achter die deur als wij weg zijn?”

Inspecteur Karin Baselmans wilde graag in gesprek met een ondertoezichtstaande die haar meer inzicht zou kunnen geven in het effect van het Brzo toezicht vanuit dat perspectief.

Omdat tijd schaars is, wilde ze in gesprek met een directeur die zelf te maken heeft gehad met Brzo- inspecties, en het liefst iemand uit de ‘hogere echelons’ die ook veel contacten heeft met andere directeuren. Al snel kwam Karin bij een mogelijke gesprekspartner. Een enkele mail bleek voldoende om de afspraak te regelen. ‘Zo’n persoonlijk gesprek met een managing director vindt tijdens Brzo-inspecties ook wel plaats maar dan is het gesprek gericht op Brzo-gerelateerde zaken en de bedrijfsvoering. De insteek van dit interview was om eens vrij te kunnen praten met elkaar over persoonlijke ervaringen en om te reflecteren op de nut en noodzaak van de Brzo-inspecties, hetgeen ongewoon is. Normaal gesproken is dit een dilemma. Hij is een directe stakeholder, hij staat onder regelmatige controle en ik ben en blijf altijd ook een BOA (buitengewoon opsporingsambtenaar). Daar hoort een verantwoordelijkheid bij om iets te doen met bepaalde informatie als die mij ter ore komt.” Karin koos ervoor om het gesprek heel open te beginnen over belangen en vertrouwelijkheid, hierdoor ontstond er een mooie uitwisseling van ideeën en ervaringen die binnenkort, na toestemming van de gesprekspartner, worden opgetekend in een publicatie.

Goede vragen verzamelen

Naar ons idee is er niet één aanpak, als je maar goed nadenkt over het doel van het gesprek. Wanneer dat eenmaal helder is volgt de opzet vanzelf. Wel is het voor inspecteurs nuttig om een beeld te hebben van welk type vragen ze op welke momenten aan ondertoezichtstaanden kunnen stellen. Nu horen we nog vaak tegenwerpingen als: ‘dan geven ze vast alleen sociaal wenselijke antwoorden’ of ‘dan weten we nog niet of dat ook is wat anderen vinden’, belemmerende overtuigingen die getackeld kunnen worden met een goede opzet en passende vragen.

In het vervolg van dit project willen we daarom met een groep inspecteurs verder aan de slag om een verzameling goede vragen aan te leggen. Kortom, ook dit wordt vervolgd.

Krantje
Het jaarlijkse Toezichtfestival

Vandaag, 24 maart, zou het jaarlijkse Toezichtfestival worden gehouden. Een interessant evenement dat Bureau Inspectieraad organiseert voor toezichthouders van (rijks)inspecties en waar mooie ontwikkelingen en vragen met elkaar worden gedeeld. Het is ieder jaar een mooie gelegenheid om met verschillende inspecteurs in gesprek te gaan. Zo bespraken we vorig jaar tijdens een workshop de mogelijkheden om (waarderend) in gesprek te gaan met ondertoezichtstaanden.

Een krantje over onderzoekende inspecteurs

Wij hadden het plan om tijdens het Toezichtfestival een inkijkje te geven in ons lopende project. ‘Aandacht voor wat werkt’ is een actieonderzoek met, en over, inspecteurs.  We maakten daarom een  krantje waarin we laten zien welke vragen de inspecteurs uit ons project hebben verkend en wat dit heeft opgeleverd.

Nou komt er vast nog een andere gelegenheid om die inspecteurs en hun bijzondere onderzoeken aandacht te geven. Maar toch nu alvast een klein berichtje. Starten bij vragen die inspecteurs zelf hebben over hun werk en de effecten van hun toezicht levert namelijk echt bijzondere inzichten op. Zowel op het uitvoerende niveau van de inspecteurs zelf als meer conceptueel waarbij het gaat over vragen over impact en betekenisvolle verantwoording.

Nu wachten we eerst op rustigere tijden en wensen we u allen sterkte en gezondheid. En gelukkig, deze post bederft niet. Maar mocht u het krantje alvast (digitaal) willen ontvangen, neemt u dan vooral contact met ons op.

Wat bedoel jij met effect?

Wat bedoel jij met effect?

Het valt ons op dat er nog wel eens langs elkaar heen wordt gesproken wanneer het in een organisatie gaat om effect. De een heeft het vooral over het meten van effect. De ander meer over de vraag wat zin heeft. Een derde wil vooral weten wat er gedaan moet worden.

Ook zijn er verschillende ideeën over waar naar gekeken zou moeten worden: De een kijkt bijvoorbeeld naar een deel van het proces, terwijl de ander misschien vooral wil kijken naar het eindresultaat. De een is benieuwd naar de korte, de ander naar de langere termijn. En de een wil vooral focussen op het merkbare en de ander houdt het liever bij het meetbare.

Duidelijkheid is een belangrijke voorwaarde

In effectonderzoek is het allereerst belangrijk dat je met elkaar duidelijkheid hebt over waarom je het eigenlijk over effect wil hebben. Pas daarna kun je zinnig gaan nadenken over hoe dat er dan uit zou moeten komen te zien. Eerder al schreven we deze blog over hoe het onderzoeken van effect om maatwerk vraagt. Nu hebben we, op basis van jullie opmerkingen en reflecties ook een opzet gemaakt voor een praatplaat: “Wat bedoel jij met effect?”. Zie het bijgevoegde document.

Wat bedoel jij met effect?

Wat bedoel jij met effect (Download pdf)

De plaat en de bijbehorende vragen (zie de pdf) zijn nog work-in-progress. We gaan er binnenkort weer verder over gesprek in één van de deelnemende inspecties aan ‘Inspecteurs over hun vak’

Wat denkt u: Zou iets als het bijgevoegde kunnen helpen om zo’n gesprek met elkaar te voeren? Wat zou er wel of niet goed kunnen werken? Mist er iets, of brengt dit op andere ideeën? Bijvoorbeeld voor een andere fase in het gesprek over, of het in kaart brengen van, effect? Wij vinden het vooral belangrijk dat het gesprek hierover op een zinnige manier gevoerd wordt. Professionals, zo is onze indruk, verliezen eigenaarschap en betrokkenheid wanneer er teveel langs elkaar heen wordt gepraat.

 

Manja Bomhoff
Yvonne van der Vlugt

 

**Mogen wij u vaker met dit soort inzichten inspireren? Ontvang een paar keer per jaar onze Inzichtenmail.**