Perspectief inspecteurs

Welk perspectief kies jij?

Inkleuring van maatschappelijke betrokkenheid

Maatschappelijke betrokkenheid is voor veel inspecteurs een belangrijke drijfveer. “De kans dat er in het veld iets misgaat is klein, maar het effect is groot.” “Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Mij motiveert om uit te zoeken wat er is gebeurd, en me niet neerleggen bij fouten. Recht doen aan de zaak.” “Het is fijn om iets te kunnen betekenen voor mensen in hun werksituatie. Zodat zij ’s avonds weer veilig en gezond huiswaarts kunnen keren.” Doorvragend blijkt deze maatschappelijke betrokkenheid bij inspecteurs verbonden te zijn met verschillende perspectieven.

Perspectief van de professional in het veld

Sommige inspecteurs benaderen hun werk vanuit hun eigen ervaring als professional in het veld. In hun inspectiewerk willen ze bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het beleidsterrein waar ze toezicht op houden.

“Voor mij is inspectiewerk bijdragen aan de kwaliteit van het veld. Hiervoor heb ik 10 jaar zelf als professional in het veld gewerkt. Bij de inspectie kan ik dat doen meer vanuit de achterkant, waarbij je toekijkt als het al gebeurd is en niet zozeer zelf bezig bent met creatie. Ik gebruik mijn achtergrond in de waardering van de informatie die ik krijg. Het beïnvloedt de manier waarop ik kijk naar meldingen of naar de houding van mensen bij meldingen. Ik kan me goed verplaatsen in wat dit betekent voor de verschillende mensen. In ons overleg merk ik dat dat een aanvulling is op wat er al is. In plaats van heel negatief oordelend, wil ik ook in kaart brengen of belichten ‘hoe zit die ander erin?’.’ Kun je je voorstellen wat die ander aan het beleven is?’. Ik waardeer het vak van de professional. Ik voel me verbonden met de mensen die dat werk in het veld doen.”

Perspectief van de burger

In reactie hierop benadrukte een andere inspecteur het waardevol te vinden dat er inspecteurs zijn met praktijkervaring uit het veld omdat zij een goede vertaalslag kunnen maken. Voor zichzelf vindt hij het vooral van waarde dat hij juist géén achtergrond of verbinding met het veld heeft.

“Dat vind ik soms ook heel erg fijn, omdat ik het gevoel heb dat ik daardoor als burger kan kijken. En dat vind ik waardevol. Ik vind niet dat wij als inspectie er zijn voor de professional, maar veel meer voor de burger. Met die motivatie leek mij dit vak heel erg mooi: dat je voor iedereen in Nederland zorgt dat de kwaliteit goed is. Daarvoor vind ik het juist makkelijk dat ik me niet zo makkelijk kan inleven in de beroepsgroep. Ik vind het fijn om die afstand te hebben. Soms doet het er niet toe dat het heel invoelbaar en begrijpelijk is dat het misgaat. Want eigenlijk willen we voor een bepaalde kwaliteit staan. En hoe begrijpelijk het soms is dat het misgaat, als je er voor de burger bent, dan moet je dat soms niet accepteren en durven op te treden op die momenten. En ik vind dat je daar als inspecteur een rol hebt die je moet durven nemen.”

Een waardevol gesprek volgde tussen de inspecteurs. Voor welk perspectief sta jij in je werk? We vroegen door over de perspectieven en of deze tijdens overleggen ook wel expliciet benoemd worden.

“Eigenlijk nemen we niet voldoende tijd om deze rollen zo te benoemen. Twee medewerkers behandelen de casus en dan maakt het eigenlijk niet zo uit of er nog andere perspectieven aan tafel zitten.”

Perspectieven expliciet inzetten

Uit gesprekken blijkt dat inspecteurs vanuit verschillende perspectieven, vanuit verschillende waarden naar hun inspectiewerk kijken. We komen bijvoorbeeld ook wel eens het beleidsperspectief of een repressief perspectief tegen. Al deze perspectieven zijn direct van invloed op hoe inspecteurs naar hun werk kijken, welke afwegingen en keuzes zij maken.

Wat is het effect als deze perspectieven impliciet blijven en niet naar elkaar kenbaar worden gemaakt? Terwijl, zoals blijkt, een gesprek hierover zoveel inzicht kan geven in elkaars waarden en in elkaars optreden. Een inspecteur vertelde:

“Ik herken dit wel in ons overleg. Laatst hadden we bespreking en toen ging jij er ook echt voor staan: ‘Als deze ondertoezichtstaande echt helemaal niet meewerkt aan onderzoek, hoe kan het dan zijn dat hij ermee weg kan komen? Dat zegt ook iets over iemands houding.’ Toen ging jij staan voor de maatschappij: dat kunnen we niet zo toelaten. Dat hebben we toen expliciet meegenomen in onze beslissing.“

Sterker nog: deze verschillende perspectieven kunnen het inspectiewerk versterken. Het gaat bij inspectiewerk om het afwegen van belangen, om als intermediair een zorgvuldige en gewogen beslissing te nemen die recht doet aan de context. De echt interessante vraag is: Op welke manier kunnen we deze perspectieven en waarden expliciet maken en vervolgens benutten om ons werk te verbeteren? In hoeverre kun je inspecteurs expliciet een perspectief laten ‘innemen’ en zo met elkaar reflecteren op een casus?

We zijn benieuwd of het denken in perspectieven ook bij andere inspecteurs herkenning, verbazing of iets anders oproept. Voor welk perspectief sta jij? Of benadruk jij juist weer een ander perspectief? En vooral: verkennen jullie met elkaar op welke manier je deze verschillende perspectieven met elkaar bespreekbaar kunt maken? In hoeverre kun je deze perspectieven juist benutten om het werk te verbeteren? Of is het moeilijk om te erkennen dat er verschillende perspectieven bestaan wanneer er een soort neutrale objectieve houding van je wordt verwacht.

Graag horen we jouw ervaring!