Inspecteur Karin
Met ondertoezichtstaanden in gesprek over het inspectiewerk: waarom zou je dat doen?

Voor het Toezichtsfestival maakten we een krantje met verschillende verhalen van onderzoekende inspecteurs. Hier het eerste artikel, met een preview van het onderzoek van Karin Baselmans.

Het voeren van gesprekken is een belangrijk instrument voor inspecteurs, zo horen we van inspecteurs van verschillende inspecties. In een gesprek met ondertoezichtstaanden kun je ‘informeren naar hoe het gaat’. Je kunt achterhalen ‘waarom wetgeving niet wordt gevolgd’. Of ‘draagvlak creëren voor een interventie’ en zo ‘een organisatie in de juiste richting krijgen’. Maar is het gesprek alleen een bruikbaar toezichtinstrument, of kun je ook los van het directe inspectiewerk met ondertoezichtstaanden spreken over het toezicht, kwaliteit of risico’s?

Verschillende soorten gesprekken

Een verdiepend, reflecterend gesprek met ondertoezichtstaanden kan op verschillende manieren worden ingevuld. Bijvoorbeeld ter evaluatie van bestaand toezicht. Of om meer inzicht te krijgen in elkaars perspectief. Iedere gesprekvorm heeft andere voorwaarden, voordelen en nadelen. Inspecteurs en ondertoezichtstaanden kijken anders, zien andere risico’s, hebben (soms) andere belangen en waarden. Interessant wordt het wanneer het lukt om van ondertoezichtstaanden te horen wat zij zelf waardevol toezicht vinden en er samen vooruit gekeken kan worden. Door aan te sluiten bij wat mensen zelf belangrijk vinden (wat voor hen van waarde is) ontstaat grotere betrokkenheid. Voor de relatie en de machtsverhouding tussen inspecteur en ondertoezichtstaande biedt het bovendien ruimte wanneer er vooruit gekeken kan worden. Juist gesprekken op wat meer afstand van de dagelijkse hectiek, die breder zijn en uitnodigen tot reflectie kunnen ook makkelijker binnen de toezichtsrelatie plaatsvinden.

Angst voor valse verwachtingen

Een angst bij dit soort gesprekken is vaak dat het tot valse verwachtingen bij ondertoezichtstaanden zou kunnen leiden. Onze ervaring is dat wanneer duidelijk is dat het gesprek gevoerd wordt om te leren, ondertoezichtstaanden dit meestal heel goed begrijpen. Zeker wanneer er openlijk gesproken kan worden over dilemma’s of tegenstrijdige belangen. Het doel helder stellen helpt bijvoorbeeld ook bij het nadenken over de vraag hoe het aantal gesprekken zich moet verhouden tot het aantal ondertoezichtstaanden.

“Wat gebeurt er achter die deur als wij weg zijn?”

Inspecteur Karin Baselmans wilde graag in gesprek met een ondertoezichtstaande die haar meer inzicht zou kunnen geven in het effect van het Brzo toezicht vanuit dat perspectief.

Omdat tijd schaars is, wilde ze in gesprek met een directeur die zelf te maken heeft gehad met Brzo- inspecties, en het liefst iemand uit de ‘hogere echelons’ die ook veel contacten heeft met andere directeuren. Al snel kwam Karin bij een mogelijke gesprekspartner. Een enkele mail bleek voldoende om de afspraak te regelen. ‘Zo’n persoonlijk gesprek met een managing director vindt tijdens Brzo-inspecties ook wel plaats maar dan is het gesprek gericht op Brzo-gerelateerde zaken en de bedrijfsvoering. De insteek van dit interview was om eens vrij te kunnen praten met elkaar over persoonlijke ervaringen en om te reflecteren op de nut en noodzaak van de Brzo-inspecties, hetgeen ongewoon is. Normaal gesproken is dit een dilemma. Hij is een directe stakeholder, hij staat onder regelmatige controle en ik ben en blijf altijd ook een BOA (buitengewoon opsporingsambtenaar). Daar hoort een verantwoordelijkheid bij om iets te doen met bepaalde informatie als die mij ter ore komt.” Karin koos ervoor om het gesprek heel open te beginnen over belangen en vertrouwelijkheid, hierdoor ontstond er een mooie uitwisseling van ideeën en ervaringen die binnenkort, na toestemming van de gesprekspartner, worden opgetekend in een publicatie.

Goede vragen verzamelen

Naar ons idee is er niet één aanpak, als je maar goed nadenkt over het doel van het gesprek. Wanneer dat eenmaal helder is volgt de opzet vanzelf. Wel is het voor inspecteurs nuttig om een beeld te hebben van welk type vragen ze op welke momenten aan ondertoezichtstaanden kunnen stellen. Nu horen we nog vaak tegenwerpingen als: ‘dan geven ze vast alleen sociaal wenselijke antwoorden’ of ‘dan weten we nog niet of dat ook is wat anderen vinden’, belemmerende overtuigingen die getackeld kunnen worden met een goede opzet en passende vragen.

In het vervolg van dit project willen we daarom met een groep inspecteurs verder aan de slag om een verzameling goede vragen aan te leggen. Kortom, ook dit wordt vervolgd.

Krantje
Het jaarlijkse Toezichtfestival

Vandaag, 24 maart, zou het jaarlijkse Toezichtfestival worden gehouden. Een interessant evenement dat Bureau Inspectieraad organiseert voor toezichthouders van (rijks)inspecties en waar mooie ontwikkelingen en vragen met elkaar worden gedeeld. Het is ieder jaar een mooie gelegenheid om met verschillende inspecteurs in gesprek te gaan. Zo bespraken we vorig jaar tijdens een workshop de mogelijkheden om (waarderend) in gesprek te gaan met ondertoezichtstaanden.

Een krantje over onderzoekende inspecteurs

Wij hadden het plan om tijdens het Toezichtfestival een inkijkje te geven in ons lopende project. ‘Aandacht voor wat werkt’ is een actieonderzoek met, en over, inspecteurs.  We maakten daarom een  krantje waarin we laten zien welke vragen de inspecteurs uit ons project hebben verkend en wat dit heeft opgeleverd.

Nou komt er vast nog een andere gelegenheid om die inspecteurs en hun bijzondere onderzoeken aandacht te geven. Maar toch nu alvast een klein berichtje. Starten bij vragen die inspecteurs zelf hebben over hun werk en de effecten van hun toezicht levert namelijk echt bijzondere inzichten op. Zowel op het uitvoerende niveau van de inspecteurs zelf als meer conceptueel waarbij het gaat over vragen over impact en betekenisvolle verantwoording.

Nu wachten we eerst op rustigere tijden en wensen we u allen sterkte en gezondheid. En gelukkig, deze post bederft niet. Maar mocht u het krantje alvast (digitaal) willen ontvangen, neemt u dan vooral contact met ons op.

Wat bedoel jij met effect?

Wat bedoel jij met effect?

Het valt ons op dat er nog wel eens langs elkaar heen wordt gesproken wanneer het in een organisatie gaat om effect. De een heeft het vooral over het meten van effect. De ander meer over de vraag wat zin heeft. Een derde wil vooral weten wat er gedaan moet worden.

Ook zijn er verschillende ideeën over waar naar gekeken zou moeten worden: De een kijkt bijvoorbeeld naar een deel van het proces, terwijl de ander misschien vooral wil kijken naar het eindresultaat. De een is benieuwd naar de korte, de ander naar de langere termijn. En de een wil vooral focussen op het merkbare en de ander houdt het liever bij het meetbare.

Duidelijkheid is een belangrijke voorwaarde

In effectonderzoek is het allereerst belangrijk dat je met elkaar duidelijkheid hebt over waarom je het eigenlijk over effect wil hebben. Pas daarna kun je zinnig gaan nadenken over hoe dat er dan uit zou moeten komen te zien. Eerder al schreven we deze blog over hoe het onderzoeken van effect om maatwerk vraagt. Nu hebben we, op basis van jullie opmerkingen en reflecties ook een opzet gemaakt voor een praatplaat: “Wat bedoel jij met effect?”. Zie het bijgevoegde document.

Wat bedoel jij met effect?

Wat bedoel jij met effect (Download pdf)

De plaat en de bijbehorende vragen (zie de pdf) zijn nog work-in-progress. We gaan er binnenkort weer verder over gesprek in één van de deelnemende inspecties aan ‘Inspecteurs over hun vak’

Wat denkt u: Zou iets als het bijgevoegde kunnen helpen om zo’n gesprek met elkaar te voeren? Wat zou er wel of niet goed kunnen werken? Mist er iets, of brengt dit op andere ideeën? Bijvoorbeeld voor een andere fase in het gesprek over, of het in kaart brengen van, effect? Wij vinden het vooral belangrijk dat het gesprek hierover op een zinnige manier gevoerd wordt. Professionals, zo is onze indruk, verliezen eigenaarschap en betrokkenheid wanneer er teveel langs elkaar heen wordt gepraat.

 

Manja Bomhoff
Yvonne van der Vlugt

 

**Mogen wij u vaker met dit soort inzichten inspireren? Ontvang een paar keer per jaar onze Inzichtenmail.**

Zelf onderzoeken
Wat is voor jou als professional een belangrijke vraag?

Dat wij het belang zien van onderzoekende professionals is evident. Onze ‘Onderzoek het zelf’ aanpak is een heel bewuste keuze. Professionals met een vraag verdienen analytische aandacht. Het wordt nog veel mooier wanneer deelnemers zelf laten weten wat het doen van onderzoek bij hen teweeg brengt.

Wij merken hoe het voor de professionals die deelnemen aan onze trajecten soms al bijzonder is dat hen wordt gevraagd wat zij zouden willen onderzoeken. “Wat vind jij belangrijk en de moeite om nader te bekijken waard?” Het is een vraag die ze blijkbaar niet gewend zijn te krijgen. Sommige professionals schrikken en beginnen gelijk over hun gebrek aan onderzoeksachtergrond of laten op een andere manier onzekerheid blijken: onderzoeken is vast te ingewikkeld of te tijdrovend. “En misschien is er al wel lang een antwoord op mijn vraag, maar weet ik het gewoon nog niet”.

Onderzoek doen is emanciperend, inspirerend en gewoon leuk

Wij zien steeds weer dat wanneer deze hobbels eenmaal zijn genomen, het proces van onderzoek emanciperend en inspirerend werkt. Het zelf mogen bepalen van een onderzoeksfascinatie. Het, met ondersteuning, zelf bedenken van een aanpak die haalbaar is. Als die aanpak dan ook nog leidt tot het aangaan van nieuwe contacten, het spreken of interviewen van interessante mensen of het op een andere manier kijken naar een beleidsdocument, dan wordt duidelijk hoe ontzettend leuk en inspirerend het onderzoeken is.

Veel belangrijker dan wat wij zien is natuurlijk wat de deelnemers zelf hierover vertellen. Hoe zij als professionals met een vraag aankijken naar het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd. We bundelden een paar uitspraken van deelnemeners aan ‘Aandacht voor wat werkt; Inspecteurs over hun vak‘ op een mooie poster gemaakt door onze vaste ontwerper Welmoet de Graaf. We maakten ook zo’n poster over meer inhoudelijke opmerkingen die ze maakten. De posters zijn een manier om de professionals te laten zien dat hun perspectief er toe doet, maar laten u ook meegenieten van hun mooie uitspraken.

Onderzoeksproces

“Wat is de definitie van ‘professionaliseren’? We kunnen toch niet zomaar onze eigen definitie gebruiken?”

Er is een bepaald beeld van wat onderzoek is. Dat geldt in het algemeen maar heeft ook zijn weerslag op onderzoek in de publieke sector. Veel van ons hebben over dit soort onderzoek geleerd als ‘de gouden standaard’ of écht onderzoek. Op allerlei manieren beïnvloedt dit beeld van ‘echt onderzoek’ hoe we kijken naar andere dingen. Zoals naar wie het voor het zeggen heeft, wanneer, en waarom.

Die dominante visie is ons ooit aangeleerd, maar wordt daarnaast dagelijks bevestigd en herhaald. In de krant, op het werk en in de tweede kamer, overal.

Terwijl de publieke sector juist ook een andere vorm van onderzoek nodig heeft.

Dat er ook andere ideeën zijn is lang niet bij iedereen bekend. Lang niet iedereen weet bijvoorbeeld dat die ideeën in andere, minder bekende hoeken van de wetenschap uitgebreid zijn doordacht. (Bijvoorbeeld in de antropologie, in gender studies, of in de wetenschapsfilosofie). Ook is lang niet iedereen op de hoogte van wat die verschillende ideeën in de praktijk voor consequenties kunnen hebben.

Het dominante beeld van onderzoek

Wij merken dagelijks hoe sterk dat dominante beeld is. Hoeveel invloed het heeft, ook op onderzoek in de publieke sector. We zien het bijvoorbeeld aan hoe er alsmaar wordt gezocht naar experts. Bijvoorbeeld om van te leren wat de definitie van ‘professionaliseren’ is. Maar het is ook te merken wanneer het gaat over hoe effecten pas echt zijn als ze gemeten, niet opgemerkt, worden. Of wanneer er weer verwacht wordt dat onderzoek ons universele waarheden zal vertellen. Terwijl we tegelijkertijd ook horen dat het altijd in de la verdwijnt.

 

Dominant beeld van onderzoek

Het dominante beeld van onderzoek

Volgens het standaard beeld van onderzoek gaat het om:

  • Een duidelijke onderzoeksprocedure met een van te voren vastgestelde route
  • Een vaststaande en leidende onderzoeksvraag
  • Een uitvoering door externe experts
  • Hoe meer informatie hoe beter (n=groot)
  • Meetbare informatie die een antwoord geven op de onderzoeksvraag
  • Een duidelijke afsluiting met een rapport of een ander (van te voren vastgesteld) eindproduct
‘Ons soort’ onderzoek

Dat wij het anders doen mag duidelijk zijn. Uit onze ervaring weten we dat de complexiteit in het publieke domein andere vormen van onderzoek nodig heeft. De dominante vorm van onderzoek laat te weinig ruimte voor verschillende perspectieven, en stelt te weinig vragen bij vanzelfsprekendheden in het beleid.

Wij hebben geleerd en ervaren dat onderzoek ook verbindend kan werken. Wanneer er oog is voor (liefst meer gedeeld) eigenaarschap en het proces aansluit op wat er nodig is. Gezamenlijke reflectie is veel te belangrijk om helemaal uit te besteden.

 

Onderzoeksproces

‘Ons soort’ onderzoek

Kenmerken van ‘ons soort’ onderzoek voor de publieke sector zijn bijvoorbeeld:

  • Onderzoek als zoektocht met een flexibel proces
  • Door eigen én externe ogen, gebruik makend van verschillende expertises (expert, ervaring, deskundig etc.)
  • Nabijheid staat onafhankelijkheid niet in de weg
  • De N doet er minder toe dan de rijkdom van de informatie
  • Het onderzoeksdoel is leidend
  • Plausabiliteit is belangrijker dan causaliteit; merkbaar belangrijker dan meetbaar
  • Verwachte en gewenste impact bepalen de vorm van de ‘producten’.

In opdrachten wordt ons nog wel eens gevraagd onze visie op onderzoek toe te lichten. Dat gebeurt bijvoorbeeld nog wel eens wanneer we in interviews. Pas nog vroeg een geïnterviewde “Maar jullie zijn toch de onderzoekers?”, nadat we hadden gevraagd wat volgens de geïnterviewde zelf het belangrijkste punt was. Ook opdrachtgevers die ons speciaal kiezen vanwege onze aanpak en resultaten, hebben soms wat extra duiding nodig van de achterliggende onderzoeksvisie. Zeker wanneer dit hun eerste kennismaking met een ‘ander soort onderzoek’ is. Het kan voor opdrachtgevers best uitdagend zijn om om te gaan met de flexibiliteit die nodig is voor een zo zinnig mogelijk onderzoek. Als niet alles van te voren vast staat, vergt dat een andere instelling dan men meestal gewend is.

In gesprek over onderzoek

De figuren maakten we om een paar van de verschillen duidelijk te maken. Werken ze ook voor u? Ze helpen ons om verwachtingen te bespreken en af te stemmen. Natuurlijk kunnen we ook het achterliggende wetenschapsfilosofische verhaal vertellen: over het onderscheid tussen verschillende onderzoeksparadigma’s (van positivistisch, post-positivistisch tot constructivistisch en kritische theorie). We merken echter dat niet iedere opdrachtgever daarop zit te wachten.

Uiteraard staat ‘ons soort’ onderzoek niet in beton gebijteld. Ook in de flexibiliteit moet flexibiliteit zitten. Bij de ene vraag zit nou eenmaal meer ruimte voor het zoeken naar passende vormen dan bij de andere. En in de ene setting is het bijvoorbeeld gemakkelijker om verschillende typen experts te betrekken dan in de andere. Ook dat is maatwerk : het afwegen van verschillende belangen. Het overbrengen van de verschillende visies op onderzoek zien we als ‘work in progress’. Heel inspirerend maar niet ‘af’. We gaan er graag mee door omdat we zien welke consequenties de heersende visie heeft in de dagelijkse praktijk. Dat maakt het voor ons en onze opdrachtgevers steeds weer belangrijk om over door te praten.

 

Manja Bomhoff
Yvonne van der Vlugt

 

**Mogen wij u vaker met dit soort inzichten inspireren? Ontvang een paar keer per jaar onze Inzichtenmail.**