Met deze ‘zwarte lijst’ is niemand geholpen

Zwarte-lijst

Er is veel te doen over de verpleegzorg op het moment. Voor de Volkskrant van 12 juli schreef ik een artikel over de ‘zwarte lijst’ van verpleegzorginstellingen die recentelijk door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is gepubliceerd. Ik betoog dat dit interne informatie is die de IGZ opstelt om risicogestuurd toezicht te kunnen houden. Met het risicogestuurde toezicht proberen inspecteurs die kans te vergroten. Daarbij maken ze risico-inschattingen. Dat zijn geen voorspellingen, en ook geen kwaliteitsoordelen.

Aan kwaliteitsoordelen dienen heel andere eisen gesteld te worden dan aan risicoinschattingen. Kwaliteitsoordelen moeten wél precies zijn. Zeker door een Inspectie en zeker ook wanneer er voor zoveel mensen zoveel van afhangt. Wanneer kwaliteitsoordelen negatief zijn of aanleiding zijn tot de inzet van handhavingsmaatregelen dan geldt dit zo mogelijk nog sterker. Er hangt simpelweg te veel van af. Zoals in dit geval het woonplezier en de rust van bewoners, het werkplezier van professionals en bestuurders en reputatie of inkomstenverlies. Om nog niet eens te spreken van de algehele motivatie in de hele verpleeghuissector en de –toch al niet beste- reputatie.

 

Link naar artikel

Pdf Volkskrant artikel

Zo kom je af van je N=1 complex

Zo kom je af van je N=1 complex

In de gezondheidszorg is een grote nadruk komen te liggen op evidentie, generaliseerbaarheid en big data. Het adagium daarbij: hoe meer hoe beter. Soms is dat heel prettig. U profiteert hierdoor bijvoorbeeld, wanneer u naar uw huisarts gaat, niet alleen van haar kennis maar ook van de geaggregeerde kennis van haar collega’s. Maar vaak ook slaan we door. Wanneer de dooddoener ‘een n=1 verhaal wordt uitgesproken’ kan het ook zijn dat we daardoor informatie terzijde schuiven die net zo goed heel nuttig kan zijn. Informatie uit meer gedetailleerde verhalen over complexere situaties of processen. Informatie die niet generaliseerbaar is voor een grotere groep, maar toch inzichten kan opleveren die voor meer mensen van waarde zijn.

De waarde van het verhaal en zelf vragen stellen

Uiteraard wordt deze informatie al veel verkregen uit kwalitatief onderzoek, bijvoorbeeld door het gebruik van verhalen, zogenaamde narratieve methoden. Maar ook in het dagelijkse werk in de zorg mag het N=1-complex wat vaker op zij worden geschoven. Stelt u zichzelf ter oefening de volgende keer dat u uw complex opmerkt om te beginnen eens de volgende vragen:

  • Waarom voelde iemand de neiging om dit verhaal te vertellen? Welke betekenis heeft dit verhaal voor de verteller?
  • Wat vinden wij er van dat dit zich heeft voorgedaan?
  • Als dit voor deze persoon geldt, wat zou dit dan kunnen zeggen over andere gevallen?
  • Als dit voor anderen zou gelden, zouden wij dit dan (kunnen) horen?
  • Zou het de moeite waard zijn om uit te vinden of ditzelfde verhaal ook voor andere geldt?

Bij de Waardigheid en Trots conferentie hoorde ik een mooi voorbeeld. Een verpleegkundige vertelde het volgende verhaal: Een bewoner met chronische pijn en vermoeidheid wordt gevraagd hoe de zorg voor haar verder verbeterd kan worden. Na veel aandringen geeft ze één suggestie. Ze vindt het naar dat mensen haar bij het verlaten van haar appartement iedere keer een ‘fijne dag’ wensen. Ze heeft namelijk zelden nog écht fijne dagen en hoort dus liever ‘tot ziens’ dan een onbereikbare wens. Is dit een n=1 verhaal? Jazeker! Maar heeft het daardoor slechts betrekking op één iemand en daarmee beperkte waarde? (Haalt u bovenstaande vragen er weer even bij…)

Blijft u het lastig vinden om uw eigen N=1-complex terzijde te schuiven? Ik hoor het graag en ben benieuwd naar uw verhalen.