Informatie, openheid en argwaan in de zorg

[fusion_builder_container hundred_percent=”no” equal_height_columns=”no” menu_anchor=”” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” class=”” id=”” background_color=”” background_image=”” background_position=”center center” background_repeat=”no-repeat” fade=”no” background_parallax=”none” parallax_speed=”0.3″ video_mp4=”” video_webm=”” video_ogv=”” video_url=”” video_aspect_ratio=”16:9″ video_loop=”yes” video_mute=”yes” overlay_color=”” video_preview_image=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” padding_top=”” padding_bottom=”” padding_left=”” padding_right=””][fusion_builder_row][fusion_builder_column type=”1_1″ layout=”1_1″ background_position=”left top” background_color=”” border_size=”” border_color=”” border_style=”solid” border_position=”all” spacing=”yes” background_image=”” background_repeat=”no-repeat” padding=”” margin_top=”0px” margin_bottom=”0px” class=”” id=”” animation_type=”” animation_speed=”0.3″ animation_direction=”left” hide_on_mobile=”small-visibility,medium-visibility,large-visibility” center_content=”no” last=”no” min_height=”” hover_type=”none” link=””][fusion_text]

Lastig te interpreteren informatie en grote argwaan

We zien aan de discussie over de ‘zwarte lijst’ hoe groot het verlangen van burgers is naar openheid en naar duidelijke kwaliteitsinformatie. Zeker over diensten die ingrijpend maar ook lastig zelf te controleren zijn. Zoals de zorg. Burgers (waaronder ook Tweede Kamerleden en journalisten) worden argwanend wanneer informatie  niet wordt gedeeld. En dat is logisch. Anderzijds zien we ook hoe lastig sommige informatie te duiden is. En hoe groot de consequenties zijn wanneer lastig te interpreteren informatie een eigen leven gaat leiden.

 

Dit gaat nog veel vaker gebeuren

We gaan deze discussie over de openbaarmaking van risicoinschattingen vast nog veel vaker krijgen (in de zorg, maar ook over banken, scholen, restaurants, fabrikanten). Andere toezichthouders maken namelijk vergelijkbare risicoinschattingen als de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Zo bepalen zij hoe intensief zij toezicht gaan houden op hun ondertoezichtgestelden. Maar deze inschattingen voor risicogestuurd toezicht dienen heel anders geïnterpreteerd te worden dan kwaliteitsinformatie. Het is dus een kwalijke zaak als deze lastig te interpreteren informatie (met evengoed grote consequenties) nog vaker openbaar gemaakt moet worden.

De oplossing ligt in een grotere openheid over de basisinformatie

Volgens mij ligt de oplossing, paradoxaal genoeg, vooral in nog (veel) meer openheid. Maar dan over directe kwaliteits- en procesindicatoren. We moeten ons daarbij niet blindstaren op het ontwikkelen van die ene ‘gouden kwaliteitsindicator’ (of risicoinschatting) waar alles inzit. Veel meer aandacht is juist nodig voor het delen van informatie over de directe processen, uitslagen of resultaten van het primaire proces.

Veel toezichthouders zijn hier al mee bezig. Bijvoorbeeld door inspectierapporten steeds toegankelijker en begrijpelijker te maken.

Als organisaties openheid geven, worden risicolijsten minder interessant

We moeten echter vooral niet alleen naar de toezichthouders kijken. Ondertoezichtgestelden zijn zelf ook aan zet. Zorginstellingen kunnen nog zo veel meer relevante informatie delen. Uit angst voor reputatieschade is men te terughoudend.

Thuiszorgorganisaties, verpleegzorginstellingen en ziekenhuizen (maar ook scholen, banken en fabrikanten) kunnen beter zo open en eerlijk mogelijk zijn. Over de dingen die goed gaan. Maar ook over de klachten die zij hebben gehad en de zaken die (misschien) mis zijn gegaan.

Door openheid te geven houden organisaties zelf de regie. Zo kunnen zij ook zelf aangeven wat zij bijvoorbeeld aan klachten en fouten gedaan hebben. Hoe zij aan kwaliteitsverbetering werken. Mijn inschatting is dat wanneer organisaties zelf meer openheid geven, de interesse in dit soort meta-inschattingen van toezichthouders afneemt. En mocht dat niet (direct) zo zijn, dan zijn organisaties in ieder geval beter voorbereid als de volgende risicolijst openbaar wordt gemaakt.

Het is ons goed recht

Daarnaast, en dat is eigenlijk het belangrijkste: burgers hebben recht op dit soort informatie. Informatie die duidelijk is, goed te interpreteren en het mogelijk maakt een eigen, gedegen afweging te maken. Uiteindelijk zal zulke informatie het vertrouwen in de gezondheidszorg alleen maar sterken. Dan kunnen burgers zelf de risico’s beter inschatten.

Wat denkt u? Welke informatie zou u graag openbaar willen maken of zien in de zorg? En wat houdt u tegen om deze informatie te delen?

N.B. In dit interessante verhaal van communicatie expert Ewoud Nysingh werd vanuit een heel andere invalshoek een vergelijkbaar punt gemaakt.[/fusion_text][/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

Zwarte-lijst

Met deze ‘zwarte lijst’ is niemand geholpen

Er is veel te doen over de verpleegzorg op het moment. Voor de Volkskrant van 12 juli schreef ik een artikel over de ‘zwarte lijst’ van verpleegzorginstellingen die recentelijk door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is gepubliceerd. Ik betoog dat dit interne informatie is die de IGZ opstelt om risicogestuurd toezicht te kunnen houden. Met het risicogestuurde toezicht proberen inspecteurs die kans te vergroten. Daarbij maken ze risico-inschattingen. Dat zijn geen voorspellingen, en ook geen kwaliteitsoordelen.

Aan kwaliteitsoordelen dienen heel andere eisen gesteld te worden dan aan risicoinschattingen. Kwaliteitsoordelen moeten wél precies zijn. Zeker door een Inspectie en zeker ook wanneer er voor zoveel mensen zoveel van afhangt. Wanneer kwaliteitsoordelen negatief zijn of aanleiding zijn tot de inzet van handhavingsmaatregelen dan geldt dit zo mogelijk nog sterker. Er hangt simpelweg te veel van af. Zoals in dit geval het woonplezier en de rust van bewoners, het werkplezier van professionals en bestuurders en reputatie of inkomstenverlies. Om nog niet eens te spreken van de algehele motivatie in de hele verpleeghuissector en de –toch al niet beste- reputatie.

 

Link naar artikel

Pdf Volkskrant artikel

Zo kom je af van je N=1 complex

Zo kom je af van je N=1 complex

In de gezondheidszorg is een grote nadruk komen te liggen op evidentie, generaliseerbaarheid en big data. Het adagium daarbij: hoe meer hoe beter. Soms is dat heel prettig. U profiteert hierdoor bijvoorbeeld, wanneer u naar uw huisarts gaat, niet alleen van haar kennis maar ook van de geaggregeerde kennis van haar collega’s. Maar vaak ook slaan we door. Wanneer de dooddoener ‘een n=1 verhaal wordt uitgesproken’ kan het ook zijn dat we daardoor informatie terzijde schuiven die net zo goed heel nuttig kan zijn. Informatie uit meer gedetailleerde verhalen over complexere situaties of processen. Informatie die niet generaliseerbaar is voor een grotere groep, maar toch inzichten kan opleveren die voor meer mensen van waarde zijn.

De waarde van het verhaal en zelf vragen stellen

Uiteraard wordt deze informatie al veel verkregen uit kwalitatief onderzoek, bijvoorbeeld door het gebruik van verhalen, zogenaamde narratieve methoden. Maar ook in het dagelijkse werk in de zorg mag het N=1-complex wat vaker op zij worden geschoven. Stelt u zichzelf ter oefening de volgende keer dat u uw complex opmerkt om te beginnen eens de volgende vragen:

  • Waarom voelde iemand de neiging om dit verhaal te vertellen? Welke betekenis heeft dit verhaal voor de verteller?
  • Wat vinden wij er van dat dit zich heeft voorgedaan?
  • Als dit voor deze persoon geldt, wat zou dit dan kunnen zeggen over andere gevallen?
  • Als dit voor anderen zou gelden, zouden wij dit dan (kunnen) horen?
  • Zou het de moeite waard zijn om uit te vinden of ditzelfde verhaal ook voor andere geldt?

Bij de Waardigheid en Trots conferentie hoorde ik een mooi voorbeeld. Een verpleegkundige vertelde het volgende verhaal: Een bewoner met chronische pijn en vermoeidheid wordt gevraagd hoe de zorg voor haar verder verbeterd kan worden. Na veel aandringen geeft ze één suggestie. Ze vindt het naar dat mensen haar bij het verlaten van haar appartement iedere keer een ‘fijne dag’ wensen. Ze heeft namelijk zelden nog écht fijne dagen en hoort dus liever ‘tot ziens’ dan een onbereikbare wens. Is dit een n=1 verhaal? Jazeker! Maar heeft het daardoor slechts betrekking op één iemand en daarmee beperkte waarde? (Haalt u bovenstaande vragen er weer even bij…)

Blijft u het lastig vinden om uw eigen N=1-complex terzijde te schuiven? Ik hoor het graag en ben benieuwd naar uw verhalen.